Goudgele vlekken

Goudgele vlekken

Haar kleding plakte aan haar lijf, de warmte was vochtig en benauwend. De ondergrond waar ze op lag voelde oncomfortabel. Gedesoriënteerd opende ze haar ogen. Haar zicht was wazig en ze probeerde iets te onderscheiden. Waar was ze? Langzaam werd haar beeld scherper, de wazige vormen veranderde in bomen. Ze lag op de grond, op een bed van bladeren en takken. Langzaam begon het haar te dagen. Ze bevond zich in een jungle, het eerste wat ze zich afvroeg was hoe ze daar kwam. Al snel kwam de nog veel belangrijkere vraag naar boven, hoe kwam ze hier weer vandaan?

 

Voorzichtig ging ze overeind zitten, haar spieren protesteerde van stijfheid. Haar hoofd bonkte en ze kon zich niets herinneren. Ze bekeek haar lichaam en zag geen zichtbare verwondingen. Ze droeg een kort broekje, sneakers en een hemdje, ze was dus duidelijk gekleed op dit klimaat. Op haar hemdje zag ze een witte sticker zitten, de randen hadden al losgelaten. Met zwarte stift, stond er in blokletters ‘Trix’ opgeschreven, haar naam. Gelukkig kon ze zich haar naam nog wel herinneren en haar leeftijd, haar ouders en haar vriendinnen. Ze had alleen geen enkel aanknopingspunt hoe ze hier in de jungle terecht gekomen was.

 

Trix keek eens rustig om zich heen. Het was een dichte jungle en een vochtig tropisch klimaat. Hoewel ze met die gegevens alsnog op diverse plaatsen op de wereld kon zijn, kalmeerde ze een beetje bij het nagaan van de feiten. Het leek erop dat ze nu geen acuut gevaar liep. Hoewel ze geen idee had wie of wat er nog meer in de jungle leefde, wilde dieren, vergeten volkeren en misschien nog wel veel meer.

Ze had voldoende dual survival gekeken op de brakke zondagen, dus ze wist heel goed dat een kleine giftige kikker of slang, haar mogelijk veel meer kwaad kon doen dan een roofdier.

 

Haar stijve spieren protesteerde toen ze opstond, maar de droogte in haar mond dwong haar op zoek te gaan naar water. Ze luisterde ingespannen of ze ergens water hoorde stromen of misschien zelfs een waterval hoorde bulderen. Helaas bleef het afgezien van het geruis van de bladeren en het getsjirp van vogels angstvallig stil. Ze besloot het pad dat omhoog liep te volgen, zodat ze wellicht ergens een uitkijkpunt vond en op die manier water kon ontdekken.

Trix had nog geen tien minuten gelopen toen ze tussen de bomen door de zon zag weerspiegelen. Dat moest haast wel water zijn. Ze liep richting de weerspiegeling en tot haar grote opluchting zag ze een lagune. Het water reikte ver, zo ver dat ze nog net de overkant kon onderscheiden. Het zou een pittige afdaling worden om het water te bereiken, maar ze zette alles op alles.

Terwijl ze afdaalde, gleed ze meerdere keren uit, ze viel, stond weer op en moest zich enkele keren aan de stam van de bomen vastklampen. Onderweg naar beneden hoopte ze vurig dat het zoet water zou zijn, ze moest echt iets drinken.

 

Dankbaar dronk Trix van het zoete water in de lagune. In haar achterhoofd hoorde ze een stemmetje roepen dat je beter geen stilstaand water kon drinken. Maar de lagune was zo groot dat ze hoopte dat het niet veel kwaad kon. Bovendien was de nood zo hoog, dat ze niet veel keus had. Toen ze voldoende gedronken had, schopte ze haar sneakers uit en liet ze zichzelf met kleding en al in het water zakken. Ze moest wat verkoeling opzoeken, het was misschien nog wel kilometers lopen naar de bewoonde wereld.

Terwijl ze in haar hoofd een plan maakte om de bewoonde wereld te bereiken, dobberde ze rond in het water. Haar oog viel op een boomstam, een stukje verderop, die haar kant op dreef. Dat was vreemd, aangezien er geen stroming stond. Ze kneep haar ogen samen om er eens naar goed te kijken, maar bedacht zich tegelijkertijd dat die boomstam wel erg snel haar kant op kwam.
Toen ze zich realiseerde wat er op haar afzwom, wist ze dat het te laat was. Ze bevroor van angst maar wist zich snel te herpakken. De krokodil werd steeds meer zichtbaar en deed zijn bek open. Alsof ze bezeten was begon Trix naar de oever te zwemmen. Ze had zich van te voren bedacht dat het lastiger zou zijn om uit het water te komen dan erin, maar had dat als een zorg voor later zien.  De krokodil zat haar op de hielen, ze voelde de stroming al, die het beest veroorzaakte.

Ze trok zich op aan een boomwortel om op de kant te komen, maar gleed met hetzelfde tempo het water weer in. Ze trapte naar achter en voelde de ruwe huid van de bek van het beest tegen haar voeten. Nogmaals deed ze een poging op de kant te komen, dit keer met succes. De krokodil hapte en zijn kaken klapt met een enorme kracht op elkaar. Trix voelde de luchtstroom die dat veroorzaakte.
Ze was op de oever van de lagune, maar zag tot haar grote schrik dat ook de krokodil het water uit kwam. Het beest had er zichtbaar minder moeite mee dan zij. Ze wist dat ze het niet ging redden om weg te rennen, de afdaling was pittig en ze zou er minstens twee keer zo lang over doen om de jungle weer in te komen. Ze gaf het beest met voorbedachten rade een harde trap op zijn neus, daarbij haalde ze haar voet open aan de scherpe tanden. De trap werkte, de krokodil schudde gedesoriënteerd met zijn kop en klapte met zijn kaken. In die tijd nam Trix de voorsprong  en begon, op haar blote voeten, weer aan haar klim richting de jungle.

 

Uitgeput haalde ze hijgend adem, ze steunde met haar hand tegen een boom. Ze had de gehele klim rennend en struikelend afgelegd en toen ze eenmaal weer in de dichte jungle was, bleef ze rennen uit angst voor andere roofdieren.

Een krokodil, dacht ze in shock, ze had nooit gedacht dat ze die hier zou tegenkomen. Ze kon zichzelf wel voor haar kop slaan dat ze zo ondoordacht het water in was gegaan. Het zou toch een bizar verhaal geweest zijn: ‘’Toerist gepakt door krokodil’’.
Ze vervloekte het feit dat ze nu geen schoenen meer had, ze had geen idee hoever ze nog moest lopen om in de bewoonde wereld te komen. Veel tijd om erover te piekeren had ze niet, een dierlijke schreeuw deed haar opschrikken en ze zette het weer op een lopen.

 

Uren later had Trix het gekrijs en geschreeuw inmiddels geïdentificeerd. Het waren apen, lieve, speelse kleine aapjes, hoog in de bomen. Maar van een afstandje had ze ook al een grote aap gezien, met valse ogen en scherpe tanden. Ze zat niet te wachten op een ontmoeting daarmee. Uitgeput, maar vastberaden bleef Trix lopen, ze moest toch ooit een keer de bewoonde wereld vinden.

 

De schemer viel in en Trix stond op het punt de hoop op te geven en zich over te geven aan haar lot. Tot dat ze een soort rood zeil zag hangen in de boom wat haar aandacht trok. Ze liep in de richting van het zeil, wat steeds meer vorm kreeg naarmate ze dichterbij kwam. Plotseling kwam het besef als een klap binnen, de beelden flitsten voorbij in haar hoofd als een slecht geregisseerde film. Alle puzzelstukjes vielen op zijn plaats. Als verlamd bleef Trix naar het rode zeil in de boom staren en de ravage die zich daaronder op de grond bevond.

Er was weinig meer over van de parachute. De parachute, waar zij in had gehangen samen met haar beste vriendin en een gids. Die parachute had hier nooit terecht mogen komen, die moest kilometers verder terecht komen op een open veld, vlakbij een oude tempel. Nog steeds als verlamd stond ze ernaar te kijken, ze durfde niet verder te lopen, bang voor wat ze aan zou treffen. Het was inmiddels uren geleden dat ze neergestort waren. Het was werkelijk een wonder dat Trix geen verwondingen had, maar ze wist niet hoe de anderen eraan toe waren.

 

Met lood in haar schoenen liep ze naar de boom waar de parachute in hing. Ze liep vlak langs een van de gympen van haar vriendin. Toch vond ze niemand meer in het harnas. Wel lag er een halve fles water, waar ze direct enkele slokken uit nam.

Enkele meters verderop vond ze het bebloede en gescheurde t-shirt van de gids, wat ze herkende aan de tekst ‘’adventure tours’’ ondanks dat de letters niet meer in takt waren. Het shirt was het begin van een bloedspoor, dat ze met een knoop in haar maag en lood in haar schoenen volgde. Het spoor liep enkele meters door, veranderde in een grote bloedvlek en hield toen op.
Er moesten mensen naar hun op zoek zijn. Misschien had haar gids zichzelf hierheen gesleept en was hij gered. Zou haar vriendin dan ook gered zijn? Ze begon te roepen, om haar vriendin en om hulp. Maar na tien minuten schreeuwen en een schorre stem, was er nog geen enkel teken van leven in de jungle. Ze wist dat ze bij de parachute moest blijven. Het reddingsteam zou vast terugkomen om haar te zoeken.

 

Ze liet zich vlakbij de parachute tegen een boom zakken en sloot haar ogen. Heel even maar, uitgeput van al het lopen en het schreeuwen. Toen ze haar ogen weer opendeed was het aardedonker. Ze zag geen hand voor ogen en hield haar adem in van angst. Gelukkig was ze te moe om lang bang te zijn, want schuin tegen de boom, viel ze opnieuw in slaap. Toen ze opnieuw wakker werd was het schemerig, het begon ochtend te worden. Opnieuw hoorde ze een geluid,  het geluid wat haar wakker had gemaakt. Het leek wel op het scheuren van stof. Ze stond op en liep in de richting van het geluid.

 

Het eerste wat ze zag was de vacht van het beest, goudgele vlekken, zwart omrand. Ze hield haar adem in en liep nog een stap verder. Daar op de grond, lag het bebloede lichaam van haar gids. Een jaguar hield met een poot het lichaam tegen en scheurde met zijn tanden het vlees van de botten. Trix smoorde een schreeuw in haar hand. Maar het beest had haar al gehoord en keek haar aan met zijn gouden ogen. Verstijfd van angst liep Trix achteruit , haar blik week geen moment van het beest af. Plotseling stond ze met haar rug tegen een boom. De jaguar zette nieuwsgierig een stap in haar richting. De angst sloeg haar om het hart. Ze hield haar adem in en kneep haar ogen stijf dicht, in afwachting wat er komen ging.

 

 

Macy zat naast haar vader in het vliegtuig terug naar huis. Haar ouders waren haar direct komen halen toen ze hoorde van het ongeluk, waar hun dochter bij betrokken was. Het was nu inmiddels een week geleden en ze was er relatief goed vanaf gekomen. Ze had een dubbele beenbreuk en wat hechtingen in haar voorhoofd, maar ze was dankbaar dat ze nog leefde. Thuis zou ze opgevangen worden door familie en vrienden en haar vader had al een afspraak gemaakt bij een psycholoog om haar trauma te verwerken. Iets wat jaren zou duren, ze moest het schuldgevoel en het verdriet om haar vriendin een plekje geven. De kranten zaten in haar koffer, ze zou ze altijd bewaren, als een pijnlijke herinnering aan dit vreselijke ongeluk. De krantenkoppen luidden: ‘’Toerist gepakt door krokodil’’ en ‘’sneakers vermist meisje teruggevonden in maag krokodil’’. Dat zou Macy altijd bijblijven, samen met het verdriet om haar vriendin Trix.