Ver van huis in de Afrikaanse cultuur

 

Met enige gewrik open ik de deur van de lokale taxi. Vrijwel direct word ik begroet door een verzengende hitte. Een drukkende, vochtige hitte, waarbij de zon genadeloos op je hoofd brand.
Ik ben nog niet gewend aan de hitte of de volgende schok dringt zich aan me op. Ik sta op een markt, niet zo maar een markt, maar een markt in West-Afrika. Senegal wel te verstaan. Nog voordat mijn ogen alles in zich hebben kunnen opnemen komt de geur me tegemoet. Ik ruik zweet, afval en vis, die geur gecombineerd met de temperatuur zorgt ervoor dat ik moeite moet doen om overeind te blijven.

Ik adem diep in en laat de prikkels over me heen komen. Er zijn mensen, ontzettend veel mensen, die allemaal als mieren krioelen in de smalle straatjes van de deels overdekte markt.
Ik begin te lopen en kijk vervolgens ontzet naar de grond. Ik loop niet over asfalt en zelfs niet over de bekende Afrikaanse zandweggetjes. Nee, ik loop over een platgestampte afvalberg. Kledingstukken, stukken karton, lappen stof en zelfs resten visafval, het ligt er allemaal. En de lokale bevolking loopt er zonder blikken of blozen dwars doorheen.

 

Onze lokale gids leidt ons de markt op. Ik kijk mijn ogen uit. Textiel, fruit, houtsnijwerk, etenswaren en zakken vol kruiden en andere ondefinieerbare goederen welke gebruikt worden voor allerlei ‘medische’ doeleinden. Ook zijn er vliegen, heel veel vliegen, de lokale bevolking doet niet eens moeite om ze weg te jagen, terwijl ze zich met zijn allen op de etenswaren storten.

Met elke stap die ik zet word ik verder deze wereld ingetrokken en inmiddels zou ik de in of uitgang niet meer kunnen aanwijzen tussen deze drukke, smalle en soms overdekte paadjes.

 

Ik realiseer me dat het een voorrecht is om hier te mogen zijn. Dit is reizen in zijn puurste vorm. Ik meng me in de lokale bevolking en leer meer over de cultuur met elke stap die ik zet. Ik heb me nog nooit verder van huis gevoeld, terwijl ik toch echt wel verder van huis geweest ben.

 

Achter me staan twee vrouwen hard met elkaar te praten, ondersteund met wilde armgebaren. Hebben ze ruzie?
Terwijl ik sta te kijken word ik ruw aan mijn arm een kraampje ingetrokken door een vrouw die me kostte wat het kost iets wil verkopen. Het kost me de grootste moeite om mijzelf los te trekken.

Onze lokale gids pakt diverse kruiden en legt in gebrekkig Engels uit waar het voor dient. Dat kruid werkt tegen darmkrampen, dit wordt in de couscous vermengd en ga zo  maar door. Ik denk zelfs een bepaald kruid te herkennen, iets wat lijkt op mini gember.

 

De visgeur wordt sterker en ik adem bewust door mijn mond. Dan zie ik het, onder een afdak bevindt zich de vismarkt. Ik zie vis in alle soorten en maten: groot, klein, vers en gedroogd. Een enkeling achter de tafels probeert zijn eigen vis nog vochtig te houden door er met een fles met gaatjes in de dop overheen te sproeien. De meesten hebben zich overgegeven aan de warmte en de grote hoeveelheid vliegen die zich op hun vis bevindt.

 

Zodra ik het overdekte stuk afstap sta ik op het strand. Tientallen vissersbootjes komen aan met hun vangst. Nog eens tientallen vissersbootjes laden hun bootjes vol met ijs om uit te varen voor een nieuwe vangst. Het is een hectisch maar intrigerend schouwspel. Maar dat kan ook bijna niet anders, als je bedenkt dat het stadje Mbour 225.000 inwoners heeft, en dat zij allemaal leven van de visvangst.


Ook op het strand bevinden zich zogenoemde marktkraampjes, die beter omschreven zouden kunnen worden als tafels met soms een stukje stof erboven. Ook hier zit de meeste vis onder de vliegen, maar ook onder het zand.
Een stuk verderop zitten een aantal locals in het zand, te midden van stapels haaien. Stuk voor stuk worden de vinnen eraf gesneden en op een hoop in het zand gegooid. Mijn hart breekt bij dit aanzicht. Onze lokale gids vertelt ons dat de vinnen naar China gaan, maar dat de rest van de haai in Senegal gewoon gegeten wordt.

 

Terwijl ik verderloop weet ik nog maar net een bergje visafval te ontwijken. Koppen, ogen en ingewanden liggen gewoon lukraak in het zand gegooid. Een van de lokale vissers die de haaien schoonmaakt wijst ons op een marktkraampje met schelpen, maar ook zeesterren, een opgezette kogelvis en de kaken van diverse grote haaien. Ik kan de aandrang niet weerstaan om even te voelen hoe scherp die haaientanden nou werkelijk zijn. Met een laatste blik op het strand kijken we hoe diverse gekleurde vissersbootjes wegvaren en lopen we de afgelegde kilometers terug over de smalle paadjes van de markt.

Hoe IJsland ons verwelkomde

Het toestel schudt hevig in de wind. Toch slaagt de piloot erin het vliegtuig veilig op de grond te zetten. We kijken door het raampje, de regen slaat striemend tegen de kleine vliegtuig raampjes. Zodra de cabinedeuren zich openen horen we het gefluit van de wind. Er is geen ontkennen meer aan, we zijn in IJsland.

 

Grijnzend kijken we elkaar aan. We gaan dus écht niks negatiefs zeggen over het weer. We wisten heel goed dat we dit konden verwachten op het moment dat we het ticket naar IJsland boekte. Al enkele dagen hield ik het weerbericht in de gaten en het regende er al dagenlang. Ook de wind verbaast ons niets, we zitten immers op een eiland midden in de oceaan.

 

Door de striemende regen zoeken we naar onze huurauto, met in mijn hand de verregende en verwaaide instructies van de medewerkers van het verhuurbedrijf. Helaas ben ik heel slecht in de begrippen links en rechts, waardoor we eindeloos door de rijen auto’s slenteren. Met moeite trekken we onze koffers over de onverharde parkeerplaats, dwars tegen de wind in. Uiteindelijk vinden we onze hem, een simpele, goedkope huurauto. Als echte avonturiers gaan wij IJsland verkennen in een volkswagen Polo. Wat nou 4x4 auto’s en onverharde wegen? Let maar eens op.

 

Inmiddels begint de moed ons een beetje in de schoenen te zakken. De regen is overgegaan en in hagel en natte sneeuw en de wind blijft stug loeien. We hadden ons goed voorbereid op slecht weer. Goede kleding en waterdichte schoenen aangeschaft en we zijn ook niet van suiker, dus een beetje regen kunnen we best hebben. Maar dat het zó hard zou regenen en dat er zo’n harde wind stond, daar hadden we ons niet op voorbereid. En stiekem zien we tien dagen IJsland met dit weer een klein beetje somber in.

 

We glibberen over de laatste restjes opgevroren sneeuw en bellen aan bij ons eerste Airbnb adres. Hartelijk worden we ontvangen door een zeer Afrikaans uitziende vrouw.  Hoeveel ik ook hou van diverse culturen en cultuurverschillen, dit is in mijn ogen niet het typerende blonde meisje van de skyr reclame.
De dame vertelt ons honderduit over IJsland, haar overleden man en over het feit dat ze hierheen is geëmigreerd. Vanuit Tanzania wel te verstaan, een grotere wereld van verschil is er niet zou je denken. Toch is mevrouw hier heel gelukkig, want, besluit ze haar verhaal. Als ik hier in IJsland mijn iPhone ergens laat liggen, dan krijg ik hem gewoon terug.

 

We bedanken vriendelijk, voor het gezellige praatje en de uitleg en stappen opnieuw in de auto op weg naar Reykjavik stad. Gewapend met een reisgidsje zijn we klaar om de stad te gaan verkennen. Binnen enkele minuten staan we in Reykjavik stad, vol verbazing kijken we om ons heen. Het lijkt wel een spookstad, alles is dicht en er is geen mens op straat. Al grappend tegen elkaar slaan we de reisgids open om te kijken of er in Reykjavik een siësta wordt gehouden. Bij het eerste winkeltje krijgen we antwoord op onze vraag. Op de deur hangt een wit briefje met daarop geschreven: ‘’Shop closed due to hurricane’’.

We kijken elkaar aan. Dit is geen gewone IJslandse regenbui, dit is een orkaan.

 

Goudgele vlekken

Goudgele vlekken

Haar kleding plakte aan haar lijf, de warmte was vochtig en benauwend. De ondergrond waar ze op lag voelde oncomfortabel. Gedesoriënteerd opende ze haar ogen. Haar zicht was wazig en ze probeerde iets te onderscheiden. Waar was ze? Langzaam werd haar beeld scherper, de wazige vormen veranderde in bomen. Ze lag op de grond, op een bed van bladeren en takken. Langzaam begon het haar te dagen. Ze bevond zich in een jungle, het eerste wat ze zich afvroeg was hoe ze daar kwam. Al snel kwam de nog veel belangrijkere vraag naar boven, hoe kwam ze hier weer vandaan?

 

Voorzichtig ging ze overeind zitten, haar spieren protesteerde van stijfheid. Haar hoofd bonkte en ze kon zich niets herinneren. Ze bekeek haar lichaam en zag geen zichtbare verwondingen. Ze droeg een kort broekje, sneakers en een hemdje, ze was dus duidelijk gekleed op dit klimaat. Op haar hemdje zag ze een witte sticker zitten, de randen hadden al losgelaten. Met zwarte stift, stond er in blokletters ‘Trix’ opgeschreven, haar naam. Gelukkig kon ze zich haar naam nog wel herinneren en haar leeftijd, haar ouders en haar vriendinnen. Ze had alleen geen enkel aanknopingspunt hoe ze hier in de jungle terecht gekomen was.

 

Trix keek eens rustig om zich heen. Het was een dichte jungle en een vochtig tropisch klimaat. Hoewel ze met die gegevens alsnog op diverse plaatsen op de wereld kon zijn, kalmeerde ze een beetje bij het nagaan van de feiten. Het leek erop dat ze nu geen acuut gevaar liep. Hoewel ze geen idee had wie of wat er nog meer in de jungle leefde, wilde dieren, vergeten volkeren en misschien nog wel veel meer.

Ze had voldoende dual survival gekeken op de brakke zondagen, dus ze wist heel goed dat een kleine giftige kikker of slang, haar mogelijk veel meer kwaad kon doen dan een roofdier.

 

Haar stijve spieren protesteerde toen ze opstond, maar de droogte in haar mond dwong haar op zoek te gaan naar water. Ze luisterde ingespannen of ze ergens water hoorde stromen of misschien zelfs een waterval hoorde bulderen. Helaas bleef het afgezien van het geruis van de bladeren en het getsjirp van vogels angstvallig stil. Ze besloot het pad dat omhoog liep te volgen, zodat ze wellicht ergens een uitkijkpunt vond en op die manier water kon ontdekken.

Trix had nog geen tien minuten gelopen toen ze tussen de bomen door de zon zag weerspiegelen. Dat moest haast wel water zijn. Ze liep richting de weerspiegeling en tot haar grote opluchting zag ze een lagune. Het water reikte ver, zo ver dat ze nog net de overkant kon onderscheiden. Het zou een pittige afdaling worden om het water te bereiken, maar ze zette alles op alles.

Terwijl ze afdaalde, gleed ze meerdere keren uit, ze viel, stond weer op en moest zich enkele keren aan de stam van de bomen vastklampen. Onderweg naar beneden hoopte ze vurig dat het zoet water zou zijn, ze moest echt iets drinken.

 

Dankbaar dronk Trix van het zoete water in de lagune. In haar achterhoofd hoorde ze een stemmetje roepen dat je beter geen stilstaand water kon drinken. Maar de lagune was zo groot dat ze hoopte dat het niet veel kwaad kon. Bovendien was de nood zo hoog, dat ze niet veel keus had. Toen ze voldoende gedronken had, schopte ze haar sneakers uit en liet ze zichzelf met kleding en al in het water zakken. Ze moest wat verkoeling opzoeken, het was misschien nog wel kilometers lopen naar de bewoonde wereld.

Terwijl ze in haar hoofd een plan maakte om de bewoonde wereld te bereiken, dobberde ze rond in het water. Haar oog viel op een boomstam, een stukje verderop, die haar kant op dreef. Dat was vreemd, aangezien er geen stroming stond. Ze kneep haar ogen samen om er eens naar goed te kijken, maar bedacht zich tegelijkertijd dat die boomstam wel erg snel haar kant op kwam.
Toen ze zich realiseerde wat er op haar afzwom, wist ze dat het te laat was. Ze bevroor van angst maar wist zich snel te herpakken. De krokodil werd steeds meer zichtbaar en deed zijn bek open. Alsof ze bezeten was begon Trix naar de oever te zwemmen. Ze had zich van te voren bedacht dat het lastiger zou zijn om uit het water te komen dan erin, maar had dat als een zorg voor later zien.  De krokodil zat haar op de hielen, ze voelde de stroming al, die het beest veroorzaakte.

Ze trok zich op aan een boomwortel om op de kant te komen, maar gleed met hetzelfde tempo het water weer in. Ze trapte naar achter en voelde de ruwe huid van de bek van het beest tegen haar voeten. Nogmaals deed ze een poging op de kant te komen, dit keer met succes. De krokodil hapte en zijn kaken klapt met een enorme kracht op elkaar. Trix voelde de luchtstroom die dat veroorzaakte.
Ze was op de oever van de lagune, maar zag tot haar grote schrik dat ook de krokodil het water uit kwam. Het beest had er zichtbaar minder moeite mee dan zij. Ze wist dat ze het niet ging redden om weg te rennen, de afdaling was pittig en ze zou er minstens twee keer zo lang over doen om de jungle weer in te komen. Ze gaf het beest met voorbedachten rade een harde trap op zijn neus, daarbij haalde ze haar voet open aan de scherpe tanden. De trap werkte, de krokodil schudde gedesoriënteerd met zijn kop en klapte met zijn kaken. In die tijd nam Trix de voorsprong  en begon, op haar blote voeten, weer aan haar klim richting de jungle.

 

Uitgeput haalde ze hijgend adem, ze steunde met haar hand tegen een boom. Ze had de gehele klim rennend en struikelend afgelegd en toen ze eenmaal weer in de dichte jungle was, bleef ze rennen uit angst voor andere roofdieren.

Een krokodil, dacht ze in shock, ze had nooit gedacht dat ze die hier zou tegenkomen. Ze kon zichzelf wel voor haar kop slaan dat ze zo ondoordacht het water in was gegaan. Het zou toch een bizar verhaal geweest zijn: ‘’Toerist gepakt door krokodil’’.
Ze vervloekte het feit dat ze nu geen schoenen meer had, ze had geen idee hoever ze nog moest lopen om in de bewoonde wereld te komen. Veel tijd om erover te piekeren had ze niet, een dierlijke schreeuw deed haar opschrikken en ze zette het weer op een lopen.

 

Uren later had Trix het gekrijs en geschreeuw inmiddels geïdentificeerd. Het waren apen, lieve, speelse kleine aapjes, hoog in de bomen. Maar van een afstandje had ze ook al een grote aap gezien, met valse ogen en scherpe tanden. Ze zat niet te wachten op een ontmoeting daarmee. Uitgeput, maar vastberaden bleef Trix lopen, ze moest toch ooit een keer de bewoonde wereld vinden.

 

De schemer viel in en Trix stond op het punt de hoop op te geven en zich over te geven aan haar lot. Tot dat ze een soort rood zeil zag hangen in de boom wat haar aandacht trok. Ze liep in de richting van het zeil, wat steeds meer vorm kreeg naarmate ze dichterbij kwam. Plotseling kwam het besef als een klap binnen, de beelden flitsten voorbij in haar hoofd als een slecht geregisseerde film. Alle puzzelstukjes vielen op zijn plaats. Als verlamd bleef Trix naar het rode zeil in de boom staren en de ravage die zich daaronder op de grond bevond.

Er was weinig meer over van de parachute. De parachute, waar zij in had gehangen samen met haar beste vriendin en een gids. Die parachute had hier nooit terecht mogen komen, die moest kilometers verder terecht komen op een open veld, vlakbij een oude tempel. Nog steeds als verlamd stond ze ernaar te kijken, ze durfde niet verder te lopen, bang voor wat ze aan zou treffen. Het was inmiddels uren geleden dat ze neergestort waren. Het was werkelijk een wonder dat Trix geen verwondingen had, maar ze wist niet hoe de anderen eraan toe waren.

 

Met lood in haar schoenen liep ze naar de boom waar de parachute in hing. Ze liep vlak langs een van de gympen van haar vriendin. Toch vond ze niemand meer in het harnas. Wel lag er een halve fles water, waar ze direct enkele slokken uit nam.

Enkele meters verderop vond ze het bebloede en gescheurde t-shirt van de gids, wat ze herkende aan de tekst ‘’adventure tours’’ ondanks dat de letters niet meer in takt waren. Het shirt was het begin van een bloedspoor, dat ze met een knoop in haar maag en lood in haar schoenen volgde. Het spoor liep enkele meters door, veranderde in een grote bloedvlek en hield toen op.
Er moesten mensen naar hun op zoek zijn. Misschien had haar gids zichzelf hierheen gesleept en was hij gered. Zou haar vriendin dan ook gered zijn? Ze begon te roepen, om haar vriendin en om hulp. Maar na tien minuten schreeuwen en een schorre stem, was er nog geen enkel teken van leven in de jungle. Ze wist dat ze bij de parachute moest blijven. Het reddingsteam zou vast terugkomen om haar te zoeken.

 

Ze liet zich vlakbij de parachute tegen een boom zakken en sloot haar ogen. Heel even maar, uitgeput van al het lopen en het schreeuwen. Toen ze haar ogen weer opendeed was het aardedonker. Ze zag geen hand voor ogen en hield haar adem in van angst. Gelukkig was ze te moe om lang bang te zijn, want schuin tegen de boom, viel ze opnieuw in slaap. Toen ze opnieuw wakker werd was het schemerig, het begon ochtend te worden. Opnieuw hoorde ze een geluid,  het geluid wat haar wakker had gemaakt. Het leek wel op het scheuren van stof. Ze stond op en liep in de richting van het geluid.

 

Het eerste wat ze zag was de vacht van het beest, goudgele vlekken, zwart omrand. Ze hield haar adem in en liep nog een stap verder. Daar op de grond, lag het bebloede lichaam van haar gids. Een jaguar hield met een poot het lichaam tegen en scheurde met zijn tanden het vlees van de botten. Trix smoorde een schreeuw in haar hand. Maar het beest had haar al gehoord en keek haar aan met zijn gouden ogen. Verstijfd van angst liep Trix achteruit , haar blik week geen moment van het beest af. Plotseling stond ze met haar rug tegen een boom. De jaguar zette nieuwsgierig een stap in haar richting. De angst sloeg haar om het hart. Ze hield haar adem in en kneep haar ogen stijf dicht, in afwachting wat er komen ging.

 

 

Macy zat naast haar vader in het vliegtuig terug naar huis. Haar ouders waren haar direct komen halen toen ze hoorde van het ongeluk, waar hun dochter bij betrokken was. Het was nu inmiddels een week geleden en ze was er relatief goed vanaf gekomen. Ze had een dubbele beenbreuk en wat hechtingen in haar voorhoofd, maar ze was dankbaar dat ze nog leefde. Thuis zou ze opgevangen worden door familie en vrienden en haar vader had al een afspraak gemaakt bij een psycholoog om haar trauma te verwerken. Iets wat jaren zou duren, ze moest het schuldgevoel en het verdriet om haar vriendin een plekje geven. De kranten zaten in haar koffer, ze zou ze altijd bewaren, als een pijnlijke herinnering aan dit vreselijke ongeluk. De krantenkoppen luidden: ‘’Toerist gepakt door krokodil’’ en ‘’sneakers vermist meisje teruggevonden in maag krokodil’’. Dat zou Macy altijd bijblijven, samen met het verdriet om haar vriendin Trix.

 

Geesten van de Glencoe

 

 

De ruitenwissers gaan driftig heen en weer. Het regent hard en onvermoeibaar. Ik heb het nog nooit zo hard zien regenen.  Toch klopt het precies bij het beeld dat wij van te voren hadden. Dat is ook de reden dat wij tegen iedereen zeiden: ‘’we gaan niet naar Schotland voor het weer’’. 

 

 

Ik leun naar voren om de stoelverwarming aan te zetten. Ik nestel me fijn in de warme stoel en geniet van de omgeving. We zijn aan alle kanten omringd door bos. Heerlijk vind ik dat. Het bos heeft iets mysterieus, maar is tegelijkertijd heel toegankelijk. 

 

Mijn blik dwaalt door de auto. De achterbank ligt plat en er liggen twee weekendtassen. Ook staan er twee paar natte uggs tegen het raampje aangedrukt. Over de hoofdsteun hangen een natte broek en wat natte losse sokken. Na een week Schotland kennen wij alle ins en outs wat betreft omkleden in de auto.  Ook denken we dat we heel bedreven zijn in het uithangen van kleding in de auto, later zal helaas blijken dat alles nat en zompig blijft. 

 

Ik graai achter me in de tas met eten en prik me aan een vork. Die vork.. ja, die hebben we gestolen bij een hotel, zodat we onderweg onze good-noodles konden opeten. Hoe duur Schotland ook mag zijn, heet water is gratis bij elk tankstation. Laat je daar overigens niet teveel door van de wijs brengen want om noodles gaar te krijgen heb je kokend water nodig. Ook dat hebben wij inmiddels aan den lijven ondervonden.. twee keer. Na nog wat gewroet in de tas vind ik uiteindelijk een zak chips, prima. 

 

Inmiddels heeft het donkere bos plaatsgemaakt voor de groen bruine grasstroken. De bergen steken glooiend af tegen de donkere wolken. De regen veranderd langzaam in natte sneeuw. De snelweg waar we op rijden lijkt inmiddels meer op een bergpas die nooit gebruikt wordt. Overal liggen rotsblokken op de weg en de bochten worden scherper en scherper, ook de vangrail ontbreekt op sommige stukken. Waar ik mijn adem inhoud van spanning scheurt mijn vriend de bergpas over met de woorden: ‘’Dit is net top-gear!’’

 

Ik zucht en bestudeer de kaart voor de vierde keer in vijf minuten. Volgens de navigatie rijden we op een snelweg, maar dit lijkt in de verste verte niet op een snelweg. Ook uit de kaart wordt ik niets wijzer. We klimmen, kilometers lang en ineens rijden we tussen de bergen. 

 

Gigantische en majestueuze bergen, dít zijn dus ‘’The Highlands’’. De natte sneeuw is inmiddels overgegaan in een ware sneeuwstorm en we hebben maar enkele meters zicht. 

 

‘’De Glencoe vallei, met de drie gezusters, dat is de naam van die bergen.’’ lees ik voor uit het toeristische boekje over Schotland. Wacht eens even, Glencoe, daar heb ik nog meer over gelezen. ‘’The massacre of  Glencoe’’ waarbij een groot aantal burgers werd afgeslacht door soldaten. De Glencoe vallei staat erom bekend dat het er spookt. We kijken elkaar grijnzend aan, spannend! 

 

Enkele kilometers verder, als de sneeuw heeft plaatsgemaakt voor regen, stoppen we voor een uitgebreide fotoshoot. De omgeving is geweldig en het is heerlijk om daar te staan. Ik voel me ontzettend klein tussen die hoge bergen, maar tegelijkertijd voel ik me volmaakt.

Na een poos in de regen te hebben gestaan warmen we ons op bij een koffietentje. Het bevindt zich enkele kilometers verderop in een heel klein dorpje, met maar tien huizen. 

Terwijl ik geniet van mijn worteltaart en kop thee, raakt mijn vriend in gesprek met de serveerster van het tentje.

 

Mijn vriend vraagt met een grijns:

‘They say it’s haunted here, so where are all the ghosts?’

 

De serveerster kijkt hem diep in zijn ogen en zegt bloedserieus:

‘Honey, look around... they’re everywhere.’

 

Met kippenvel en een vreemde smaak in ons mond, verlaten we het koffietentje. 

 

0 Berichten

Column: Hygge

Heb jij er al van gehoord? Hygge. Je spreekt het uit als hoe-gah. Een nieuw begrip dat zijn opmars maakt in Nederland. Het staat voor knusheid, ontspannen en quality time met vrienden en naasten.  Het begrip is van Deense oorsprong en lijkt in mijn ogen nog het meest op een combinatie van het begrip cocoonen en de quote: live life to the fullest.

 

Cocoonen is een woord wat het sowieso aan terrein heeft gewonnen de laatste jaren. Thuis blijven, in een knusse omgeving, ontspannen, genieten en je afsluiten voor de buitenwereld. Dat is wat cocoonen is. Het wordt dan ook vaak in een zin genoemd met netflix.

Want eerlijk is eerlijk, ook netflix is inmiddels niet meer weg te denken uit de maatschappij. Hele avonden wordt er gebruik van gemaakt en het is ook nog eens maatschappelijk geaccepteerd. Want ook onder werktijd wordt er natuurlijk regelmatig gespeculeerd of gespoilerd over series. 

 

Even terug op Hygge, want waarin verschilt dat dan met cocoonen? Nou Hygge is eigenlijk het nieuwe cocoonen. Waar het bij cocoonen vooral draait om binnenshuis te genieten en je af te sluiten voor de buitenwereld, is dat bij Hygge tegenovergesteld. Bij Hygge draait het ook om leven buitenshuis. Uitgebreider gezegd, Hygge is een leefstijl, een mentaliteit, waarbij men zich focust op dingen die er toe doen in het leven.

 

Ja, ja, die Denen zijn diep met hun begrippen. Maar Hygge is een gevoel, en daarom is het begrip ook niet direct te vertalen. Gelukkig zijn er 1001 concrete voorbeelden te vinden van het begrip om het allemaal wat meer te visualiseren.

Gezellig met vrienden om een knappend haardvuur, samen met je partner onder een kleedje op de bank, een lange boswandeling en een goed gesprek. Die zachte trui, het gevoel dat je ervaart wanneer je hond zich op je schoot nestelt een uitgebreide maaltijd met je familie. Maar  boven dit alles is Hygge het gevoel dat je ervaart maar niet kunt omschrijven bijvoorbeeld als de zon doorbreekt op een natte herfstdag.

 

Ik ben fan, ik vind het een prachtig begrip en het is in Denenmarken zelfs een werkwoord. Zullen we samen Hyggen vanavond? Toch rest mij nog een vraag, waar blijft het begrip mindfulness? Want.. dat is iets wat ik ook een heel mooi begrip vindt. Leven in het hier en nu, genieten van de kleine dingen. De geur na een harde regenbui, de gezelligheid van een goed gesprek, de warmte van de zon op je gezicht. Juist dat besef dat je op dat moment ontspannen bent, je gelukkig voelt en ontzettend geniet. Want dat bewust genieten van die kleine dingen, zorgt voor het grote geluk. Als iedereen nou wat bewuster zou genieten van de kleine dingen, is dan niet alles een beetje Hygge?

 

Wellicht is het dan wel heel Hygge om een kop goede koffie te drinken op je werk. Het lijkt mij in ieder geval een mooie kleine stap, naar groot geluk.

 

0 Berichten

De waterval

 

 

Met elke stap die ik zet zwelt het geluid aan. Het is een razend en donderend. Een bizar contrast met de vredige omgeving, het geluid lijkt haast misplaatst. Ik bevind me in de jungle, op weg naar een waterval. Juist dat razende geluid maakt dat ik weet dat ik de goede richting op loop.

 

In tegenstelling tot de vele toeristische watervallen, is dit een verstopt pareltje. We lopen al minstens twintig minuten en zijn nog geen mens tegengekomen. Toch denk ik wel telkens mensen te horen. Enigszins angstig blijf ik om mij heen kijken, bang om in plaats van een mens een aap tegen te komen. Mijn eerdere confrontatie was helaas geen positieve.

 

Mijn kleding plakt inmiddels aan mijn lijf, en mijn haren kriebelen van het zweet. Het is vochtig in de jungle en het is een flinke klim bergafwaarts. De gedachte dat we deze zelfde weg straks opnieuw moeten afleggen, maar dan omhoog ontmoedigt me. Toch loop ik door, voorzichtig dat wel, want de aarde wordt hier drassiger. Een teken dat we de waterval nu echt naderen.

 

Het geluid wordt harder. Ik wacht met smart die adembenemende eerste blik. Daar is hij dan.. de waterval zonder naam. Maar wat is hij prachtig. Er is niemand te bekennen. Ik kijk mijn vriend aan en zie de grijns op zijn gezicht. We denken hetzelfde: ‘wauw’.

 

We maken foto’s, en nog meer foto’s. Helaas is de schoonheid niet vast te leggen op camera.

We genieten van de koele spetters van het water. Ik stop zelfs nog even mijn tenen in het water, maar schrik van de kou ervan.

 

Ineens horen we een knal, heel dichtbij. Het is niet zomaar een knal, het klinkt alsof er een kanon wordt afgevuurd. Geschrokken speuren we de omgeving af, kijken we omhoog naar de bomen. Niet wetend waar we precies naar zoeken, blijven we om ons heen kijken in de hoop een aanknopingspunt te zien wat de knal veroorzaakt heeft. Mijn gedachte schieten alle kanten op. Wat heeft er zo dichtbij zo’n harde knal veroorzaakt?

Plotseling zien we het.. daar, op de rots, nog geen meter van de plek waar we staan.

meer lezen 1 Berichten

Wat meer over mij

Mijn naam is Valesca, ik ben 24 jaar oud. Ik woon in Dordrecht,  samen met mijn vriend en hondje Bourbon.

 

 Schrijven is iets wat ik al van jongs af aan heel graag doe. Iets wat ooit begon met verhalen over eenhoorns en regenbogen is inmiddels uitgegroeid tot iets groters.

 

Naast schrijven, heb ik meerdere hobby’s.
Ik sta graag in de keuken, voornamelijk om te bakken, maar ook koken vind ik geen straf. Het weekend gebruik ik dan ook graag om diverse recepten uit te proberen.
Ik kan ook genieten van een serie of een boek op de bank, lekker cocoonen noemen ze dat. Ook ben ik gek op interieur en daar ben ik dan ook graag mee bezig in huis.

Toch ben ik niet alleen maar binnen te vinden hoor. Ik ga graag naar buiten, met de hond, het bos in bijvoorbeeld, ik ben namelijk gek op hiken. Hoewel dit in Nederland niet altijd even makkelijk kan. Daarom ga ik op reis! Niet alleen om te hiken hoor, ook omdat ik graag wat van de wereld zie, een beetje cultuur snuiven en van de natuur genieten.

 

Wellicht zie je enkele van bovenstaande onderwerpen een keer terugkomen onder het kopje ‘blog’. Met dit kleine stukje tekst hebben jullie me een klein beetje beter leren kennen.

0 Berichten